donderdag 22 november 2018

Onwil tot Europees wapenembargo bedreigt Jemen


De al ruim drie jaar durende oorlog in Jemen stort de bevolking van het land in steeds grotere ellende. Ondanks hoopvolle berichten over aankomende vredesonderhandelingen, laaien recent de gevechten op tussen de Houthi-rebellen en de door Saoedi-Arabië geleide coalitie, die de regeringstroepen steunt. Beide kanten maken zich schuldig aan oorlogsmisdaden, zo blijkt uit onderzoek van de Verenigde Naties. Eind oktober waarschuwden dezelfde Verenigde Naties dat een ongekende hongersnood de helft van de bevolking, 14 miljoen mensen, bedreigt.

Terwijl al sinds het begin van de oorlog een internationaal wapenembargo tegen de Houthi's van kracht is, blijven westerse landen hardnekkig op grote schaal wapens leveren aan Saoedi-Arabië en andere landen in de coalitie, met name de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Egypte. De Verenigde Staten, die ook militaire steun aan de coalitie verlenen, lopen hierin voorop, gevolgd door diverse Europese landen. Uit een recent gepubliceerd jaarlijks EU-rapport over wapenexporten, blijkt dat in 2017 voor ongeveer 4 miljard euro aan Europese wapens naar het Saoedische koninkrijk is gegaan.

Afgegeven vergunningen wapenexport naar Saoedi-Arabië (2017)
Land
Aantal vergunningen
Waarde (miljoen euro)
Frankrijk
-*
1381,60*
Verenigd Koninkrijk
144
1280,38
Spanje
27
496,26
Bulgarije
40
385,24
Duitsland
132
254,46
België
8
152,70
Italië
12
51,90
Kroatië
7
48,09
Slowakije
3
19,73
Tsjechië
9
17,61
Roemenië
1
5,35
Polen, Finland, Oostenrijk, Zweden*, Portugal, Denemarken, Hongarije
33
Minder dan 5 miljoen per land
Totaal
416**
4101,36
Bron: Council of the European Union, Twentieth Annual Report according to Article 8(2) of Council Common Position 2008/944/CFSP defining common rules governing the control of exports of military technology and equipment, November 2018 / * Frankrijk en Zweden: opgegeven waarde van uitvoer van wapens naar Saoedi-Arabië in 2017; door een ernstig afwijkend systeem qua opgave van afgegeven vergunningen is de opgave van Frankrijk niet vergelijkbaar met die van andere EU-lidstaten, Zweden heeft geen waarde afgegeven vergunnningen opgegeven / ** Muv Frankrijk

In veel van de wapens leverende landen roepen activisten op tot een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië en is het een terugkerend thema in politiek debat. De moord op de kritische journalist Khashoggi in het Saoedische consulaat in Turkije begin oktober gaf een nieuwe slinger aan deze discussie.
De Nederlandse Tweede Kamer nam de afgelopen maanden moties aan waarin de regering werd opgeroepen zowel binnen de EU als binnen de VN, waar Nederland een tijdelijke zetel in de Veiligheidsraad inneemt, te pleiten voor een wapenembargo. Minister Blok van Buitenlandse Zaken deed dit vervolgens met tegenzin, maar ving volgens verwachting bot. Ook een herhaalde oproep van het Europees Parlement, dat hierover zelf niet kan beslissen, aan de Raad van de EU om een embargo in te stellen leverde geen resultaat op.

Veel medestanders lijkt Nederland binnen de EU niet te hebben. Alleen Duitsland en Denemarken lijken bereid te zijn stappen te zetten. Duitsland besloot, in de nasleep van de moord op Khashoggi, voorlopig geen wapens aan Saoedi-Arabië te leveren. In het regeerakkoord van CDU/CSU en SPD was ook al opgenomen dat er geen wapens meer geleverd zouden worden aan landen die betrokken zijn bij de oorlog in Jemen, maar vervolgens werd de wapenexport naar deze landen juist opgevoerd. Naast het niet afgeven van nieuwe exportvergunningen riep de Duitse regering wapenbedrijven nu op leveranties onder eerder verstrekte vergunningen op te schorten. Ook Denemarken maakte deze week bekend geen wapens meer aan de Saudi's te leveren. Niet-EU-lid Noorwegen, dat zich wel aangesloten heeft bij de criteria van het Gezamenlijk Standpunt Wapenexport van de EU, kondigde eveneens aan het verstrekken van nieuwe wapenexportvergunningen voor Saoedi-Arabië op te schorten.

Duitsland, Denemarken en Noorwegen gaan daarmee in eigen beleid verder dan de Nederlandse regering. Deze wijst een eigen wapenembargo af, daarin gesteund door een Kamermeerderheid die herhaaldelijk moties van die strekking wegstemde. Sinds begin 2016 voert Nederland weliswaar een terughoudend beleid, waardoor in principe geen vergunningen voor wapenexport naar Saoedi-Arabië worden afgegeven, maar dit is niet sluitend. Zowel niet-vergunningplichtige goederen, zoals SOTAS-communicatieapparatuur van Thales voor Saoedische tanks en wapenonderdelen die via assemblage in Amerikaanse wapensystemen uiteindelijk naar Saoedi-Arabië gaan, ontspringen de dans. Stop Wapenhandel pleit, in een gezamenlijke brief met PAX, Oxfam Novib en Amnesty International, dan ook wederom voor een eigen volledig wapenembargo.

In veel andere EU-landen voert economisch eigenbelang intussen onbeschaamd de boventoon. Vanwege grootschalige wapenexport naar en/of andere economische betrekkingen met Saoedi-Arabië, knijpt men liever een oogje dicht ten aanzien van de Saoedische rol in de afschuwelijke oorlog in Jemen en de interne repressie en mensenrechtenschendingen.

In het Verenigd Koninkrijk voert de Campaign Against Arms Trade al jaren een felle campagne tegen wapenhandel met Saoedi-Arabië. De conservatieve regering ontkent of negeert echter stoïcijns de Saoedische oorlogsmisdaden in Jemen en laat de wapenexport naar het land alleen maar verder oplopen. Hofleverancier is wapengigant BAE Systems, dat de Saoedische krijgsmacht voorziet van onder meer gevechtsvliegtuigen en raketten en al net zo grif de handen in onschuld wast.
Minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt verantwoordt dit beleid met een beroep op de strategische relatie met Saoedi-Arabië, de belangrijkste bondgenoot van het Verenigd Koninkrijk in het Midden-Oosten. Zijn voorganger, Boris Johnson, was een fanatiek voorstander van wapenexport naar Saoedi-Arabië, evenals voormalig premier David Cameron. Deze prees, enkele uren nadat het Europees Parlement voor het eerst opriep tot een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië in februari 2016, de wapenleveranties van BAE aan het land de hemel in en kondigde meer exporten aan, om “banen en vaardigheden en investeringen” te beschermen.

Behoud van werkgelegenheid is ook de grond waarop de Waalse regering zich beroept. Saoedi-Arabië is de belangrijkste klant van de Waalse wapenindustrie, met name van staatsbedrijf FN Herstal, dat vooral vuurwapens produceert. Oktober vorig jaar werden 25 vergunningen voor wapenexporten naar Saoedi-Arabië afgegeven, met een totale waarde van 1,8 miljard euro.
In België is het wapenexportbeleid een bevoegdheid van de gewesten. Opmerkelijk genoeg riepen zowel de federale Kamer als federaal minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander de Croo eerder al op tot een wapenembargo van de gewesten tegen Saoedi-Arabië, terwijl Vlaanderen een beleid voert dat veel lijkt op dat van de Nederlandse regering en de Waalse houding bekritiseerde.

In Spanje blijkt een beroep op behoud van werkgelegenheid ook aan het langste eind te trekken. Begin september zette de Spaanse regering een grote wapenleverantie van 400 lasergeleide bommen naar Saoedi-Arabië stil vanwege de oorlog in Jemen. Een week later kwam het hier echter op terug en gaf alsnog toestemming om de wapens, onder een contract uit 2015, te leveren. Vanwege de precisie van de wapens was er volgens de regering toch geen probleem, zelfs niet bij gebruik in Jemen. Economische overwegingen - de angst dat Saoedi-Arabië een andere grote wapendeal, voor de levering van vijf oorlogsschepen door staatsscheepswerf Navantia, zou afblazen en daaropvolgende protesten van werknemers van dit bedrijf - lijken echter een belangrijkere reden voor deze snelle ommekeer te zijn geweest. Twee maanden later werd het definitieve contract met Navantia inderdaad getekend, nadat het Spaanse parlement kort daarvoor expliciet tegen een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië had gestemd.

Frankrijk, naast het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste Europese wapenleverancier voor Saoedi-Arabië, is eveneens niet van plan wapenhandel met het land te stoppen. Premier Emmanuel Macron weigerde in eerste instantie zich erover uit te laten, viel daarna uit tegen landen die wel een wapenembargo willen ('pure demagogie') en kondigde vervolgens aan te willen proberen in overleg met Duitsland tot een gezamenlijk Europees standpunt te komen. Franse wapenbedrijven leverden de afgelopen jaren onder meer raketten, militaire voertuigen en radarsystemen aan Saoedi-Arabië. De wapenexport naar landen in de door Saoedi-Arabië geleide coalitie nam vorig jaar fors toe.

Zweden, dat op het moment geen grote wapendeals met Saoedi-Arabië heeft lopen, loopt vooralsnog ook niet warm voor een wapenembargo, liet premier Stefan Löfven weten. Een curieuze houding in het licht van vorig jaar overeengekomen nieuwe wetgeving, die wapenhandel naar dictaturen en mensenrechtenschenders aan banden legt. De ambiguïteit is echter niet geheel nieuw. In 2015 en 2016 botsten Zweden en Saoedi-Arabië een aantal malen over zaken als vrouwenrechten en de straf met zweepslagen voor blogger Raif Badawi. De Zweedse regering besloot een grote wapendeal met Saoedi-Arabië toen niet te verlengen. In oktober 2016 bezocht premier Löfven echter, samen met de CEO van het grootste Zweedse wapenbedrijf Saab, Saoedi-Arabië in de hoop nieuwe contracten te kunnen sluiten en diplomatieke strubbelingen glad te strijken.

Veel andere EU-lidstaten hebben zich (nog) niet uitgesproken over een eventueel wapenembargo tegen Saoedi-Arabië of zeggen het al dan niet stopzetten van wapenleveranties aan het land nog in beraad te hebben. Zo blijft de Italiaanse regering stil over het onderwerp. Wel vroeg de Italiaanse Minister van Defensie Elisabetta Trenta half september al binnen de regering om opheldering over een door de vorige regering besloten wapenverkoop, met de optie deze te annuleren bij gebleken strijdigheid met de Italiaanse wet. Ook de meeste Balkanstaten, die Saoedi-Arabië als belangrijke klant voor wapens hebben, houden zich op de vlakte.

Een Europees wapenembargo tegen Saoedi-Arabië lijkt al met al ver weg door de onwil van grote wapenleveranciers voor dit land. Geld spreekt luider dan mensenlevens en mensenrechten. Hoe verwerpelijk deze houding van diverse lidstaten ook is, andere landen, zoals Nederland, mogen zich hier niet achter verschuilen. Het minste wat zij kunnen doen is een eigen wapenembargo instellen, zo mogelijk in samenspraak met elkaar, en op Europees en VN-niveau blijven pleiten voor een volledige stop op wapenexporten die de oorlog in Jemen gaande houden.

donderdag 27 september 2018

Killer robots met Europese subsidie?


Je kon er op wachten: de ontwikkeling van wapens die op grond van een algoritme bepalen wie doelwit moet zijn. Voor elke technologie is wel een militaire toepassing te bedenken. En voor elke militaire toepassing is wel een klant te vinden. Of niet? Vredes- en mensenrechtengroepen proberen de ontwikkeling van autonome wapens – killer robots – te stoppen en tot een internationaal verdrag te komen. Een machine mag niet de beslissing nemen om te doden. Dat is niet alleen onethisch, het is ook behoorlijk link. Een mens kan een fout herstellen, een machine volgt zijn programma. Bekend zijn de verhalen van militairen die op het laatste moment besloten niet te schieten omdat het beoogde slachtoffer toch wellicht een onschuldige burger was. Een mens houdt bovendien een eigen geweten, robots kunnen in grote hoeveelheden worden ingezet zonder dat er ooit eentje zal deserteren. Daarbij: Een robotwapen kan gehacked worden. En bovenal: Het uitschakelen van menselijk handelen maakt de drempel tot inzet van geweld wel erg laag.
Veel wetenschappers, waaronder beroemdheden als Elon Musk en wijlen Stephen Hawking, hebben zichuitgesproken tegen de ontwikkeling van autonome wapens en roepen hun collega's op dit soort projecten te weigeren. Medewerkers van Google gingen in staking tegen deelname aan een militair project waarbij kunstmatige intelligentie werd gebruikt om doelen voor drone-beschietingen te bepalen. Hun actie was succesvol, het contract met het Pentagon werd niet verlengd.

Al in de jaren '40 van de vorige eeuw formuleerde science fictionschrijver Isaac Asimov drie wetten voor robots die nog steeds de basis vormen voor de ethiek van robotica en kunstmatige intelligentie. De eerste twee wetten luiden: Een robot mag een mens geen letsel toebrengen of door niet te handelen toestaan dat een mens letsel oploopt. En: Een robot moet de bevelen uitvoeren die hem door mensen gegeven worden, behalve als die opdrachten in strijd zijn met de Eerste Wet.
Hollywood maakte er in in 2004 een spannende actiefilm over.

Intussen wordt in november opnieuw onderhandeld door 88 landen over een verbod – of niet – op 'killer robots'. Een aantal landen (waaronder de VS, Rusland en Israël) wil wel praten maar geen verbod. De Nederlandse regering is wel voor een verbod en stelt dat er bij autonome wapens altijd sprake moet blijven van 'betekenisvolle menselijke controle.' Natuurlijk is er nog wel onenigheid over wanneer menselijke controle 'betekenisvol' is.

Een merkwaardige positie wordt ingenomen door het Europees Parlement. Bij de onderhandelingen over het EU Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling (EDIDP) en het Europees Defensie Fonds verwierp dit parlement een amendement van de Groene, Linkse en Sociaaldemocratische fracties die een verbod voorstelden op het financieren van ontwikkeling van autonome wapens. Estland krijgt inmiddels een subsidie van €30-40 miljoen uit het Europees DefensieFonds voor een robot onderzoeksprogramma, zij het geen 'killer' robots. Maar in september nam datzelfde Europees Parlement een motie aan omte waarschuwen tegen het gebruik van autonome wapens voor doelbepaling en beschieting. Daarin werd dan wel weer expliciet verwezen naar het EU Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling (EDIDP) en het Europees Defensie Fonds.

Is er sprake van verwarring of van voortschrijdend inzicht? Dat laatste zou mooi zijn. Maar een verbod moet wel in de officiële programma's worden vastgelegd en een losse motie blijven.
Het Europees Netwerk Tegen Wapenhandel gaat hierover met Europarlementariërs in gesprek. Het laatste woord hierover is in Brussel nog niet gezegd.


maandag 2 juli 2018

Meer dan 700 wetenschappers roepen collega's op tot protest tegen Europees militair onderzoeksprogramma

Een coalitie van meer dan 700 wetenschappers en academici uit 19 EU- landen vragen de Europese Unie om de financiering van militair onderzoek stop te zetten en roepen collega's op hen hierin te steunen. De 700 waarschuwen voor de gevolgen van een programma voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe wapentechnologieën. "Als EU-fondsen worden
geïnvesteerd in militair onderzoek zal dat niet alleen financiële steun onttrekken aan meer vreedzame onderzoeksgebieden, maar kan dat ook wapenwedlopen stimuleren, wat de veiligheid in Europa en de rest van de wereld ondermijnt", zegt dr. Stuart Parkinson, Executive Director bij Scientists for Global Responsibility.

Europa kent een lange traditie van wetenschappelijke innovatie, waarin onderzoeksprogramma's een krachtig beleidsmechanisme bleken. Maar de EU moet keuzes maken over het soort onderzoek dat ze wil financieren. Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. De Europese Unie zou zich beter kunnen concentreren op investeringen in civiele onderzoeksterreinen die de levenskwaliteit van Europese burgers verbeteren, gezondheids- en milieuproblemen aanpakken en bijdragen aan stabiliteit en gelijke kansen in onze samenleving.

"De investeringen in militair onderzoek zullen vrede en veiligheid niet doen toenemen, in tegendeel. Internationale spanningen zullen juist verergeren. Ondertussen wordt wetenschappelijk onderzoek dat effectief kan bijdragen tot conflictpreventie verwaarloosd," aldus dr. Parkinson.

dinsdag 10 april 2018

Common Position beter dan niets, maar niet goed genoeg


De landen van de Europese Unie hebben een gezamenlijk wapenexportbeleid. In een Common Position hebben ze vastgelegd dat voor export van militaire goederen en technologie vanuit een EU-land een vergunning moet worden aangevraagd bij de overheid van dat land. Ambtenaren uit de Europese lidstaten stemmen het nationale beleid hierover af in Raadswerkgroep Coarm (Conventional Arms export). Voordat de vergunning wordt afgegeven, wordt getoetst aan acht criteria op het gebied van onder meer mensenrechten, oorlogsdreiging, armoede en doorvoerrisico. Hiermee is een norm vastgelegd voor een verantwoord wapenexportbeleid.

Helaas is de norm weinig verplichtend. Hoewel de Common Position duidelijk bedoeld is om te voorkomen dat wapens worden geleverd aan mensenrechtenschenders of oorlogvoerende landen is de tekst zodanig opgezet dat er altijd wat ruimte voor interpretatie overblijft. Landen willen nu eenmaal graag zelf bepalen of en aan wie ze wapens verkopen; wapenexportbeleid is buitenlands- en defensiebeleid en de bevoegdheid daarover ligt nog altijd bij de lidstaten. Behalve wanneer sprake is van een wapenembargo; dan is export echt verboden. Maar ook de teksten van wapenembargo's laten vaak ruimte om bepaalde leveringen toch toe te laten. Zo gelden wapenembargo's vaak niet voor contracten die al zijn afgesloten. Of alleen voor bepaalde krijgsmachtonderdelen.


De Common Position is dus niet waterdicht, sommigen menen zelfs dat hij zo lek is als een mandje. Anti-wapenhandelgroepen voeren al jaren campagne voor een strikte interpretatie.Door de opzettelijk wollige formulering is een streng beleid juridisch uiterst moeilijk afdwingbaar. In de praktijk verschilt het per land, en per regering, hoe het Europese wapenexportbeleid wordt uitgevoerd. Een land als Frankrijk gaat berucht ruimhartig met de regels om, maar de Franse minister van Defensie is dan ook van mening dat de Europese wapenindustrie niet kan overleven zonder export. Dat je door grootschalige wapenexport je eigen vijanden voor de toekomst creëert is blijkbaar van minder belang.

Op dit moment is er ruimte voor verbetering van de Europese regels. Elke vijf jaar moet er namelijk een 'review' plaatsvinden van de Common Position om te kijken of op grond van ervaring aanpassingen nodig zijn. Nederland speelt een voortrekkersrol in het agenderen van deze 'review'. De regering meent dat mensenrechten en vrede een plaats moeten hebben in het wapenexportbeleid. Hoewel Nederland zelf de regels ook wel eens wat ruim uitlegt als er veel te verdienen valt. Het belangrijkste vindt Nederland echter dat Europese landen de regels allemaal hetzelfde moeten toepassen, het 'level playing field'. Het is namelijk nogal lullig als je zelf op grond van de regels besluit iets niet te exporteren en het buurland gaat er dan met de klandizie vandoor. 
 
Regelmatig duiken er voorstellen op om het hele wapenexportbeleid van nationaal naar Brussels niveau te tillen. Sommigen menen zelfs dat het wapenexportbeleid moet worden ingezet om een gemeenschappelijk Europees Buitenlands- en Veiligheidsbeleid te stimuleren. Maar het is juist vooral via nationale parlementen dat wapenexporten kritisch worden doorgelicht. Een waakhondfunctie die het Europees parlement, met zijn beperkte bevoegdheid, niet snel zal kunnen overnemen. Bovendien bestaat het risico dat bij meer 'harmonisatie' de minimaalste gemene deler de nieuwe norm wordt. Dan zou er van een verantwoord wapenexportbeleid weinig meer overblijven.

 
Sommige Europese landen lijken nu eenmaal het liefst zo min mogelijk wapenexportcontrole te willen. Ook veel wapenbedrijven vinden het maar lastig. Het speelt bijvoorbeeld nu Frankrijk en Duitsland samen een nieuw gevechtsvliegtuig willen ontwikkelen ter vervanging van de Franse Rafale en de Duits/Brits/Italiaanse Typhoon. Daarbij moeten onder meer de wapenbedrijven Airbus, Thales, MBDA, Dassault en Safran een rol gaan spelen. Maar Duitsland voert een strenger wapenexportbeleid dan Frankrijk. Lastig, vind Frankrijk. Kunnen die regels niet een beetje uit het verhaal geschreven worden? Het dreigt te gebeuren nu de Europese Commissie neemt stappen tot het stimuleren van gezamenlijke Europese wapenprojecten. In de beleidsstukken hierover speelt de Common Position geen enkele rol.

De Common Position is een minimumstandaard; individuele EU landen mogen het aanvullen met eigen beleid. Voor een herziening zijn de verwachtingen niet hooggespannen. Veel landen voelen niets voor aanscherping. Men wil wel controle, maar geen beperking van de wapenexport. Dat is jammer, want de Common Position in zijn huidige vorm is beter dan niets, maar niet goed genoeg.

donderdag 22 februari 2018

Dit zeggen leden van het Europees parlement ....

Gisteren stemde de meerderheid van de Commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie van het Europees parlement in met het Defensie Industrie programma van €500 miljoen voor ontwikkeling van geavanceerde militaire technologie. Hoewel dit wordt gepresenteerd als 'defensie' is het doel het versterken van de concurrentiepositie en de exportcapaciteit van de wapenindustrie. De hoop is dat het gezamenlijke Europees parlement het programma kritischer en verstandiger zal beoordelen. Er is wel degelijk oppositie, ook van Europarlementsleden. Nadat meer dan 142.000 Europeanen een petitie ondertekenden tegen deze subsidie voor de wapenindustrie spraken we met verschillende leden van het Europees Parlement. Dit is wat ze zeiden:

Martina Werner – Europees parlementslid voor SDP Duitsland. Lid van de Parlementaire Commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie:

“We geven in Europa bijna 200 miljard euro per jaar uit aan bewapening uit. Volgens mij hebben we vooral kostenbesparing nodig in de Europese defensie-industrie. Dit programma voor de defensiesector bevordert juist meer economische vraag. En in plaats van over efficiëntie en het afbouwen van dubbele structuren te spreken, wat volgens mij nodig is en wat Pesco (Permanent Structured Cooperation, Europese samenwerking voor veiligheid en defensie) eigenlijk zou moeten zijn, versterkt dit programma de concurentiekracht en daarmee subsidieren wij met de EU de groei en export van een sector die daar niet op is aangewezen.”

Reinhard Bütikofer – Europees parlementslid voor Groenen Duitsland. Schaduwrapporteur voor het Defence Industrial Development Programm:


 “De EU-verdragen verbieden officieel dat de instituties geld geven aan de defensiesector. Dat is waarom de Commissie zich probeert te verstoppen achter zijn bevoegdheid om industriële concurrentiekracht te bevorderen. Ik geloof dat wat ze nu doen niet de concurrentiekracht bevordert maar een nieuwe ronde subsidies aan de industrie uitdeelt.
We geven al veel te veel geld uit aan de defensiesector. Als je alles bij elkaar optelt geeft Europa drie keer zoveel uit als Rusland. Het probleem is niet dat we te weinig besteden, het probleem is dat we het geld verspillen.
De Commissie stelt dat we wel tot 1 miljard per jaar kunnen besparen als er een minimale mate van concurrentie zou zijn in de defensiesector. Dus vanuit het gezichtspunt van industriepolitiek slaat het nergens op.
En ten derde zou het ook heel dom zij, omdat de financiering moet worden weggehaald bij andere waardevolle onderzoeksprojecten zoals 'Connecting Europe”. Dus we halen geld dat we niet hebben uit de ene zak en stoppen het in de zak van de defensielobby. Daar zijn wij tegen.”

Meer reacties op het kanaal van WeMoveEU

woensdag 24 januari 2018

Meer dan 142.000 Europese burgers roepen de EU op: Investeer niet in wapens


Deze week hebben vertegenwoordigers van het Europees Netwerk tegen Wapenhandel en het online actieplatform WeMove.EU meer dan 142.000 handtekeningen overhandigd aan leden van het Europees Parlement en het kabinet van EEAS (European External Action Service) voorzitster Mogherini. Daarmee werd opgeroepen om geen Europese subsidies te geven aan de wapenindustrie. Europees geld kan beter gebruikt worden voor maatregelen om oorlog te voorkomen, zoals klimaatbeleid en ontwikkelingssamenwerking. Bovendien is de Europese Unie een effectieve 'soft power'; goed in diplomatie, onderhandeling en het tot stand brengen van internationale verdragen. Geld investering in onderzoek naar nieuwe wapens draagt niet bij aan vrede en veiligheid, en nieuwe wapentechnologie zal leiden tot nog meer wapenexport. Het idee dat Europese wapenfinanciering zal leiden tot minder 'doublures' in wapenproductie (er worden binnen Europa meerdere types van dezelfde wapensystemen ontwikkeld en geproduceerd, wat economisch inefficient is) lijkt nogal onwaarschijnlijk. Het is een politieke keuze van nationale lidstaten om een eigen wapenindustrie in stand te houden (Nederland kiest bijvoorbeeld voor een sterke nadruk op marine-industrie) die niet is ingegeven door economische motieven. Pas als binnen Europa meer gezamenlijke visie op vrede en veiligheid wordt ontwikkeld, kan worden gekeken naar welke middelen daarvoor nodig zijn. Geld geven aan de wapenindustrie zonder politieke inbedding is fijn voor de wapenindustrie, maar helpt het Europese vredesbeleid niet verder. Europese burgers moeten bij dit proces betrokken worden.

Het Europees Netwerk tegen Wapenhandel heeft een online informatiemodule ontwikkeld met achtergrondinformatie over de EU subsidies voor wapenproductie.

donderdag 7 december 2017

Oproep EU wapenembargo naar Saoedi-Arabië; leveranties gaan door


Vorige week nam het Europese Parlement met 539 stemmen voor en 13 tegen (81 onthoudingen) een resolutie aan die de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid omslachtig aanspoort een proces te beginnen om te komen tot een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië.

Eerder circuleerde een concept resolutie. Die tekst deed zijn naam meer eer aan; ze was een stuk resoluter. Ze ijverde voor een wapenembargo naar Saoedi-Arabië en haar bondgenoten in de strijd tegen Jemen. Die coalitie bestaat uit Marokko, Egypte, Jordanië, de VAE, Koeweit, Qatar, Bahrein en Soedan (de VS neemt op afstand deel). Deze concepttekst luidde:
Het Parlement:
levert felle kritiek op de intensieve wapenhandel die lidstaten, zoals het VK, Spanje, Frankrijk en Duitsland, bedrijven met diverse landen in de regio; dringt aan op de onmiddellijke stopzetting van wapenleveringen en militaire steun aan Saudi-Arabië en zijn coalitiepartners; roept de Raad nogmaals op een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië in te stellen, gezien de ernstige beschuldigingen van schendingen van het internationaal humanitair recht door Saudi-Arabië in Jemen, en gezien het feit dat het blijven verlenen van vergunningen voor wapenverkoop aan Saudi-Arabië dus in strijd is met Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 ”

Opmerkelijk genoeg werd er met vingers gewezen naar Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Altijd goed om boosdoeners bij naam te noemen, maar diplomatiek is het niet. Dat verdween dan ook uit het eindresultaat. Belangrijker: ook inhoudelijk valt er wel wat op af te dingen. Er zijn een aantal leverende landen vergeten. Precies in die week speelde er bijvoorbeeld een Griekse levering. Ook de verwijzing naar de coalitiepartners in de Saoedische oorlog verdween in de definitieve tekst. Maar dat bijna het hele Europese parlement voorstander is van een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië is hoopgevend. Het is nu aan nationale parlementen om hier uitvoering aan te geven.

Maar niet alle wapenhandel is duidelijk zichtbaar. Bij grote militaire aankopen is er vaak sprake van constructies waardoor afnemende landen tegenopdrachten krijgen (participatie en/of compensatie heet dat). Een dergelijke constructie bestaat ook bij het grootste wapenproject van het moment: de ontwikkeling, productie en het onderhoud van de F-35 Lightning II, nog steeds beter bekend als Joint Strike Fighter of JSF. Alleen al voor de Verenigde Staten gaat het om 400 miljard dollar voor aanschaf en 1.000 miljard dollar om deze vliegtuigen in de lucht te houden. Het programma kent verschillende partnerlanden.

De wapenindustrie in deze partnerlanden maakt delen voor het grotere systeem die vaak elders worden geassembleerd. Soms mogen landen al deelnemen voordat hun overheid besluit het vliegtuig te kopen. België heeft nog niet besloten, maar het in Zaventem gevestigde Asco is al wel beloofd dat het delen van de vleugelkleppen voor de F-35 mag maken. Deze worden dan geleverd aan Fokker GKN in Nederland, die ze verwerken in de vleugelkleppen zelf. Daarna gaan ze naar Lockheed in de Verenigde Staten, waar ze worden bevestigd in F-35's voor het Pentagon, maar ook voor de export.

Die exportbestemmingen zijn de partnerlanden in het Lockheed F-35 programma en daarnaast een groeiend aantal klanten in de wereld. Toeleveranciers in alle negen partnerlanden (Australië, Canada, Denemarken, Italië, Nederland, Noorwegen, Turkije, VS en VS) produceren onderdelen voor alle vliegtuigen, niet alleen voor het eigen land. F-35 onderdelen worden geëxporteerd en dus is wapenexportcontrole aan de orde.

Dat het programma wrikt met het EU Gemeenschappelijk Standpunt is al snel duidelijk, alleen al omdat Turkije tot de negen behoort. Ankara staat bekend om zijn regelmatige inzet van gevechtsvliegtuigen in de luchtruim van buurlanden en tegen de Koerden (zowel tegen militaire als civiele doelen). Onlangs werd de Turkse deelname om heel andere redenen aan de kaak gesteld. Dat was omdat het luchtverdedigingsraketten kocht in Rusland, en dat wordt door de NAVO om een aantal redenen als onwenselijk beschouwd. De positie in het F-35 programma werd door de Verenigde Staten als pressiemiddel gebruikt in een poging Turkije van de Russische aankoop te laten afzien. Maar de betrokkenheid van Turkije is ook vanuit mensenrechtenoogpunt controversieel. Zo vroegen de Duitse Linke om een totaal verbod op wapenleveranties aan Turkije, net als de Grünen tijdens de inmiddels afgebroken Jamaica-coalitie onderhandelingen.

Naast partnerlanden zijn er ook nog landen die de F-35 kopen binnen het Foreign Military Sales (FMS) programma van de VS, waaronder Israël. Net als Turkije is Israël allerminst terughoudend als het gaat om de inzet van gevechtsvliegtuigen tegen buurlanden zoals Syrië en in 'interne' kwesties zoals de regelmatig voorkomende bombardementen van Gaza.

Landen die geen partner zijn of niet deelnemen in FMS kunnen de gevechtsvliegtuigen kopen als normale klanten. België, Finland en Duitsland lijken geïnteresseerd. En recent vertelde de ondercommandant van de Amerikaanse luchtmacht, generaal Stephen Wilson, aan tidschrift Flight Global dat de VS in de Golf rondkijken naar potentiële klanten voor de F-35. Gedacht wordt allereerst aan de Verenigde Arabische Emiraten. “Dat betekent dat gesprekken gaande zijn met de Regering [Trump] rond de verkoop van de F-35 naar bondgenoten die ze nodig hebben en willen hebben.”

Ook Bahrein, het autoritaire schiereilandstaatje dat met een dam is verbonden met Saoedi-Arabië, wordt gezien als een potentiële klant voor de F-35. In Amerikaanse militaire tijdschrift Defense News wordt gesteld dat ze de verouderde F-5's and F-16's van de Bahreinse luchtmacht kunnen vervangen (ook al is deze vloot net voorzien van verse gevechtsvliegtuigen in een deal ter waarde van 3,8 miljard dollar).

Bahrein en de VAE nemen beide deel in de coalitie die onder leiding van Saoedi-Arabië oorlog voert in Jemen. Ze zijn daar beiden betrokken bij luchtmachtoperaties. Bahrein verloor in december 2015 zelfs een gevechtsvliegtuig. De Emiraten brachten recentelijke het bericht naar buiten dat twee piloten zijn gesneuveld: “Ze stierven bij het doen van hun plicht tijdens hun inzet in Jemen.

Hoewel de rampzalige gevolgen van de Saoedische luchtoorlog voor de Jemenitische bevolking en infrastructuur algemeen bekend is, wordt zelfs gedacht aan de verkoop van de F-35 aan Riyad. “De VS zou zelfs overwegen de F-35 aan de Saoedisch te verkopen als die geen gevaar zijn voor Israël.” aldus Simon Henderson, directeur van het Gulf and Energy Policy Programme van het Washington Institute. Ook bij de verkoop aan de VAE wordt de impact voor Israël bekeken. Flight Global stelt: “Israëlische bezwaren kunnen een mogelijke verkoop van de F-35 aan de VAE verhinderen.” Het is opvallend dat bezwaren vanuit Jeruzalem doorslaggevend zijn bij het wel of niet leveren aan de Golfstaten, terwijl deze staten notabene oorlog voeren in Jemen.

Het Europese Parlement heeft al eerder resoluties aangenomen waarin lidstaten worden opgeroepen een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië in te stellen vanwege de oorlog in Jemen. De situatie is sindsdien alleen maar verslechterd. Enkele EU lidstaten hebben een terughoudend beleid en leveren niets tot bijna niets aan het regime in Riyad. Maar zelfs deze landen kunnen ongemerkt onderdelen leveren die worden ingebouwd in gevechtsvliegtuigen voor de Saoedische oorlogscoalitie. De VS steunen openlijk de gevechtshandelingen door het bijtanken van bommenwerpers in de lucht, en zijn bereid F-35's te leveren. De landen die 'slechts' onderdelen leveren doen alsof hun neus bloed.

Belangrijke EU lidstaten produceren voor de F-35 (zie voor een tabel met meer details) en nemen volgzaam het Amerikaanse wapenexportbeleid over. En het zijn niet alleen de F-35's die aan de regio verkocht worden. Frankrijk verkoopt het Rafale gevechtsvliegtuig. Het Brits/Duits/Italiaans/Spaanse Eurofighter (EFA) consortium verkoopt gevechtsvliegtuigen aan de Saoedi's alsof er geen wapenexportbeleid bestaat. De Britten nemen daarvoor de politieke fall out voor hun rekening terwijl in iedere Eurofighter ook Italiaanse, Duitse en Spaanse onderdelen zitten.

Volgende week is een wapenbeurs in Koeweit. Onder meer Damen, een van de grootste Nederlandse wapenfabrikanten, zal daar aanwezig zijn. De organisatie van de tweejarige Gulf Defense & Aerospace Exhibition meldt trots dat beurs dit jaar groter is dan http://www.gdnonline.com/Details/296957/Kuwait-defence-exhibition-grows-in-size de voorgaande editie. Ook Lockheed en Eurofighter Jagdflugzeug GmbH zijn aanwezig. De Britten houden het bij een afvaardiging van MBDA, zodat je de Europese raketten voor de vliegtuigen kan bekijken. Een resolutie in het Europees Parlement om wapenexporten te stoppen vanwege een wrede oorlog klinkt hol als leveranties en exportpromotie gewoon doorgaan. De EU zou zijn democratische organen en zijn mensenrechtenbeleid serieuzer moeten nemen.