donderdag 27 september 2018

Killer robots met Europese subsidie?


Je kon er op wachten: de ontwikkeling van wapens die op grond van een algoritme bepalen wie doelwit moet zijn. Voor elke technologie is wel een militaire toepassing te bedenken. En voor elke militaire toepassing is wel een klant te vinden. Of niet? Vredes- en mensenrechtengroepen proberen de ontwikkeling van autonome wapens – killer robots – te stoppen en tot een internationaal verdrag te komen. Een machine mag niet de beslissing nemen om te doden. Dat is niet alleen onethisch, het is ook behoorlijk link. Een mens kan een fout herstellen, een machine volgt zijn programma. Bekend zijn de verhalen van militairen die op het laatste moment besloten niet te schieten omdat het beoogde slachtoffer toch wellicht een onschuldige burger was. Een mens houdt bovendien een eigen geweten, robots kunnen in grote hoeveelheden worden ingezet zonder dat er ooit eentje zal deserteren. Daarbij: Een robotwapen kan gehacked worden. En bovenal: Het uitschakelen van menselijk handelen maakt de drempel tot inzet van geweld wel erg laag.
Veel wetenschappers, waaronder beroemdheden als Elon Musk en wijlen Stephen Hawking, hebben zichuitgesproken tegen de ontwikkeling van autonome wapens en roepen hun collega's op dit soort projecten te weigeren. Medewerkers van Google gingen in staking tegen deelname aan een militair project waarbij kunstmatige intelligentie werd gebruikt om doelen voor drone-beschietingen te bepalen. Hun actie was succesvol, het contract met het Pentagon werd niet verlengd.

Al in de jaren '40 van de vorige eeuw formuleerde science fictionschrijver Isaac Asimov drie wetten voor robots die nog steeds de basis vormen voor de ethiek van robotica en kunstmatige intelligentie. De eerste twee wetten luiden: Een robot mag een mens geen letsel toebrengen of door niet te handelen toestaan dat een mens letsel oploopt. En: Een robot moet de bevelen uitvoeren die hem door mensen gegeven worden, behalve als die opdrachten in strijd zijn met de Eerste Wet.
Hollywood maakte er in in 2004 een spannende actiefilm over.

Intussen wordt in november opnieuw onderhandeld door 88 landen over een verbod – of niet – op 'killer robots'. Een aantal landen (waaronder de VS, Rusland en Israël) wil wel praten maar geen verbod. De Nederlandse regering is wel voor een verbod en stelt dat er bij autonome wapens altijd sprake moet blijven van 'betekenisvolle menselijke controle.' Natuurlijk is er nog wel onenigheid over wanneer menselijke controle 'betekenisvol' is.

Een merkwaardige positie wordt ingenomen door het Europees Parlement. Bij de onderhandelingen over het EU Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling (EDIDP) en het Europees Defensie Fonds verwierp dit parlement een amendement van de Groene, Linkse en Sociaaldemocratische fracties die een verbod voorstelden op het financieren van ontwikkeling van autonome wapens. Estland krijgt inmiddels een subsidie van €30-40 miljoen uit het Europees DefensieFonds voor een robot onderzoeksprogramma, zij het geen 'killer' robots. Maar in september nam datzelfde Europees Parlement een motie aan omte waarschuwen tegen het gebruik van autonome wapens voor doelbepaling en beschieting. Daarin werd dan wel weer expliciet verwezen naar het EU Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling (EDIDP) en het Europees Defensie Fonds.

Is er sprake van verwarring of van voortschrijdend inzicht? Dat laatste zou mooi zijn. Maar een verbod moet wel in de officiële programma's worden vastgelegd en een losse motie blijven.
Het Europees Netwerk Tegen Wapenhandel gaat hierover met Europarlementariërs in gesprek. Het laatste woord hierover is in Brussel nog niet gezegd.


maandag 2 juli 2018

Meer dan 700 wetenschappers roepen collega's op tot protest tegen Europees militair onderzoeksprogramma

Een coalitie van meer dan 700 wetenschappers en academici uit 19 EU- landen vragen de Europese Unie om de financiering van militair onderzoek stop te zetten en roepen collega's op hen hierin te steunen. De 700 waarschuwen voor de gevolgen van een programma voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe wapentechnologieën. "Als EU-fondsen worden
geïnvesteerd in militair onderzoek zal dat niet alleen financiële steun onttrekken aan meer vreedzame onderzoeksgebieden, maar kan dat ook wapenwedlopen stimuleren, wat de veiligheid in Europa en de rest van de wereld ondermijnt", zegt dr. Stuart Parkinson, Executive Director bij Scientists for Global Responsibility.

Europa kent een lange traditie van wetenschappelijke innovatie, waarin onderzoeksprogramma's een krachtig beleidsmechanisme bleken. Maar de EU moet keuzes maken over het soort onderzoek dat ze wil financieren. Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. De Europese Unie zou zich beter kunnen concentreren op investeringen in civiele onderzoeksterreinen die de levenskwaliteit van Europese burgers verbeteren, gezondheids- en milieuproblemen aanpakken en bijdragen aan stabiliteit en gelijke kansen in onze samenleving.

"De investeringen in militair onderzoek zullen vrede en veiligheid niet doen toenemen, in tegendeel. Internationale spanningen zullen juist verergeren. Ondertussen wordt wetenschappelijk onderzoek dat effectief kan bijdragen tot conflictpreventie verwaarloosd," aldus dr. Parkinson.

dinsdag 10 april 2018

Common Position beter dan niets, maar niet goed genoeg


De landen van de Europese Unie hebben een gezamenlijk wapenexportbeleid. In een Common Position hebben ze vastgelegd dat voor export van militaire goederen en technologie vanuit een EU-land een vergunning moet worden aangevraagd bij de overheid van dat land. Ambtenaren uit de Europese lidstaten stemmen het nationale beleid hierover af in Raadswerkgroep Coarm (Conventional Arms export). Voordat de vergunning wordt afgegeven, wordt getoetst aan acht criteria op het gebied van onder meer mensenrechten, oorlogsdreiging, armoede en doorvoerrisico. Hiermee is een norm vastgelegd voor een verantwoord wapenexportbeleid.

Helaas is de norm weinig verplichtend. Hoewel de Common Position duidelijk bedoeld is om te voorkomen dat wapens worden geleverd aan mensenrechtenschenders of oorlogvoerende landen is de tekst zodanig opgezet dat er altijd wat ruimte voor interpretatie overblijft. Landen willen nu eenmaal graag zelf bepalen of en aan wie ze wapens verkopen; wapenexportbeleid is buitenlands- en defensiebeleid en de bevoegdheid daarover ligt nog altijd bij de lidstaten. Behalve wanneer sprake is van een wapenembargo; dan is export echt verboden. Maar ook de teksten van wapenembargo's laten vaak ruimte om bepaalde leveringen toch toe te laten. Zo gelden wapenembargo's vaak niet voor contracten die al zijn afgesloten. Of alleen voor bepaalde krijgsmachtonderdelen.


De Common Position is dus niet waterdicht, sommigen menen zelfs dat hij zo lek is als een mandje. Anti-wapenhandelgroepen voeren al jaren campagne voor een strikte interpretatie.Door de opzettelijk wollige formulering is een streng beleid juridisch uiterst moeilijk afdwingbaar. In de praktijk verschilt het per land, en per regering, hoe het Europese wapenexportbeleid wordt uitgevoerd. Een land als Frankrijk gaat berucht ruimhartig met de regels om, maar de Franse minister van Defensie is dan ook van mening dat de Europese wapenindustrie niet kan overleven zonder export. Dat je door grootschalige wapenexport je eigen vijanden voor de toekomst creëert is blijkbaar van minder belang.

Op dit moment is er ruimte voor verbetering van de Europese regels. Elke vijf jaar moet er namelijk een 'review' plaatsvinden van de Common Position om te kijken of op grond van ervaring aanpassingen nodig zijn. Nederland speelt een voortrekkersrol in het agenderen van deze 'review'. De regering meent dat mensenrechten en vrede een plaats moeten hebben in het wapenexportbeleid. Hoewel Nederland zelf de regels ook wel eens wat ruim uitlegt als er veel te verdienen valt. Het belangrijkste vindt Nederland echter dat Europese landen de regels allemaal hetzelfde moeten toepassen, het 'level playing field'. Het is namelijk nogal lullig als je zelf op grond van de regels besluit iets niet te exporteren en het buurland gaat er dan met de klandizie vandoor. 
 
Regelmatig duiken er voorstellen op om het hele wapenexportbeleid van nationaal naar Brussels niveau te tillen. Sommigen menen zelfs dat het wapenexportbeleid moet worden ingezet om een gemeenschappelijk Europees Buitenlands- en Veiligheidsbeleid te stimuleren. Maar het is juist vooral via nationale parlementen dat wapenexporten kritisch worden doorgelicht. Een waakhondfunctie die het Europees parlement, met zijn beperkte bevoegdheid, niet snel zal kunnen overnemen. Bovendien bestaat het risico dat bij meer 'harmonisatie' de minimaalste gemene deler de nieuwe norm wordt. Dan zou er van een verantwoord wapenexportbeleid weinig meer overblijven.

 
Sommige Europese landen lijken nu eenmaal het liefst zo min mogelijk wapenexportcontrole te willen. Ook veel wapenbedrijven vinden het maar lastig. Het speelt bijvoorbeeld nu Frankrijk en Duitsland samen een nieuw gevechtsvliegtuig willen ontwikkelen ter vervanging van de Franse Rafale en de Duits/Brits/Italiaanse Typhoon. Daarbij moeten onder meer de wapenbedrijven Airbus, Thales, MBDA, Dassault en Safran een rol gaan spelen. Maar Duitsland voert een strenger wapenexportbeleid dan Frankrijk. Lastig, vind Frankrijk. Kunnen die regels niet een beetje uit het verhaal geschreven worden? Het dreigt te gebeuren nu de Europese Commissie neemt stappen tot het stimuleren van gezamenlijke Europese wapenprojecten. In de beleidsstukken hierover speelt de Common Position geen enkele rol.

De Common Position is een minimumstandaard; individuele EU landen mogen het aanvullen met eigen beleid. Voor een herziening zijn de verwachtingen niet hooggespannen. Veel landen voelen niets voor aanscherping. Men wil wel controle, maar geen beperking van de wapenexport. Dat is jammer, want de Common Position in zijn huidige vorm is beter dan niets, maar niet goed genoeg.

donderdag 22 februari 2018

Dit zeggen leden van het Europees parlement ....

Gisteren stemde de meerderheid van de Commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie van het Europees parlement in met het Defensie Industrie programma van €500 miljoen voor ontwikkeling van geavanceerde militaire technologie. Hoewel dit wordt gepresenteerd als 'defensie' is het doel het versterken van de concurrentiepositie en de exportcapaciteit van de wapenindustrie. De hoop is dat het gezamenlijke Europees parlement het programma kritischer en verstandiger zal beoordelen. Er is wel degelijk oppositie, ook van Europarlementsleden. Nadat meer dan 142.000 Europeanen een petitie ondertekenden tegen deze subsidie voor de wapenindustrie spraken we met verschillende leden van het Europees Parlement. Dit is wat ze zeiden:

Martina Werner – Europees parlementslid voor SDP Duitsland. Lid van de Parlementaire Commissie voor Industrie, Onderzoek en Energie:

“We geven in Europa bijna 200 miljard euro per jaar uit aan bewapening uit. Volgens mij hebben we vooral kostenbesparing nodig in de Europese defensie-industrie. Dit programma voor de defensiesector bevordert juist meer economische vraag. En in plaats van over efficiëntie en het afbouwen van dubbele structuren te spreken, wat volgens mij nodig is en wat Pesco (Permanent Structured Cooperation, Europese samenwerking voor veiligheid en defensie) eigenlijk zou moeten zijn, versterkt dit programma de concurentiekracht en daarmee subsidieren wij met de EU de groei en export van een sector die daar niet op is aangewezen.”

Reinhard Bütikofer – Europees parlementslid voor Groenen Duitsland. Schaduwrapporteur voor het Defence Industrial Development Programm:


 “De EU-verdragen verbieden officieel dat de instituties geld geven aan de defensiesector. Dat is waarom de Commissie zich probeert te verstoppen achter zijn bevoegdheid om industriële concurrentiekracht te bevorderen. Ik geloof dat wat ze nu doen niet de concurrentiekracht bevordert maar een nieuwe ronde subsidies aan de industrie uitdeelt.
We geven al veel te veel geld uit aan de defensiesector. Als je alles bij elkaar optelt geeft Europa drie keer zoveel uit als Rusland. Het probleem is niet dat we te weinig besteden, het probleem is dat we het geld verspillen.
De Commissie stelt dat we wel tot 1 miljard per jaar kunnen besparen als er een minimale mate van concurrentie zou zijn in de defensiesector. Dus vanuit het gezichtspunt van industriepolitiek slaat het nergens op.
En ten derde zou het ook heel dom zij, omdat de financiering moet worden weggehaald bij andere waardevolle onderzoeksprojecten zoals 'Connecting Europe”. Dus we halen geld dat we niet hebben uit de ene zak en stoppen het in de zak van de defensielobby. Daar zijn wij tegen.”

Meer reacties op het kanaal van WeMoveEU

woensdag 24 januari 2018

Meer dan 142.000 Europese burgers roepen de EU op: Investeer niet in wapens


Deze week hebben vertegenwoordigers van het Europees Netwerk tegen Wapenhandel en het online actieplatform WeMove.EU meer dan 142.000 handtekeningen overhandigd aan leden van het Europees Parlement en het kabinet van EEAS (European External Action Service) voorzitster Mogherini. Daarmee werd opgeroepen om geen Europese subsidies te geven aan de wapenindustrie. Europees geld kan beter gebruikt worden voor maatregelen om oorlog te voorkomen, zoals klimaatbeleid en ontwikkelingssamenwerking. Bovendien is de Europese Unie een effectieve 'soft power'; goed in diplomatie, onderhandeling en het tot stand brengen van internationale verdragen. Geld investering in onderzoek naar nieuwe wapens draagt niet bij aan vrede en veiligheid, en nieuwe wapentechnologie zal leiden tot nog meer wapenexport. Het idee dat Europese wapenfinanciering zal leiden tot minder 'doublures' in wapenproductie (er worden binnen Europa meerdere types van dezelfde wapensystemen ontwikkeld en geproduceerd, wat economisch inefficient is) lijkt nogal onwaarschijnlijk. Het is een politieke keuze van nationale lidstaten om een eigen wapenindustrie in stand te houden (Nederland kiest bijvoorbeeld voor een sterke nadruk op marine-industrie) die niet is ingegeven door economische motieven. Pas als binnen Europa meer gezamenlijke visie op vrede en veiligheid wordt ontwikkeld, kan worden gekeken naar welke middelen daarvoor nodig zijn. Geld geven aan de wapenindustrie zonder politieke inbedding is fijn voor de wapenindustrie, maar helpt het Europese vredesbeleid niet verder. Europese burgers moeten bij dit proces betrokken worden.

Het Europees Netwerk tegen Wapenhandel heeft een online informatiemodule ontwikkeld met achtergrondinformatie over de EU subsidies voor wapenproductie.